Column

Beleggen - Martine Hafkamp

Goede balans

Sinds de bodem van maart 2009 zijn we al weer meer dan tien jaar getuige van een enorme rally op de aandelenmarkten al lijkt de motor de laatste tijd wat te haperen. Dat is ook niet zo verwonderlijk gezien de lengte van de bullmarkt en alle mogelijke beren op de weg. Maar ook al is er misschien een nieuwe recessie in aantocht, dat hoeft nog niet het einde van de rally op de aandelenmarkten in te houden.

Daarbij, of je nu kijkt naar hoeveel keer de winst je betaalt of hoeveel keer de boekwaarde, telkens blijkt dat aandelen uit Europa gemiddeld genomen opvallend veel goedkoper zijn dan Amerikaanse. Het enige wat op het eerste gezicht voor Nederlandse beleggers in het voordeel van Europese aandelen spreekt is dat ze genoteerd zijn in euro’s en dat het gemiddelde dividend dat in Europa wordt uitbetaald aanzienlijk hoger is dan dat in de Verenigde Staten.

Europa overwegen?

Het bovenstaande leidt vaak tot de constatering van beleggingsdeskundigen dat Amerikaanse aandelen over- en Europese aandelen ondergewaardeerd zijn. Vervolgens verbindt men hier dan de conclusie aan dat aan Europese aandelen in een beleggingsportefeuille moeten worden overwogen en dat aan Amerikaanse aandelen juist een onderweging moet worden gegeven. Is dat wel terecht? Een belangrijke kanttekening die we hierbij kunnen plaatsen is dat een dergelijke constatering grote verschillen in samenstelling van de diverse indices over het hoofd ziet. Zo wordt de S&P 500-index sterk gedomineerd door technologiefondsen als Microsoft, Amazon, Facebook en Alphabet. Dat zijn ondernemingen die enorme winsten realiseren en als gevolg daarvan pittig gewaardeerd zijn.

Oude economie

De Europese indices daarentegen worden nog steeds sterk gedomineerd door aandelen uit de oude economie zoals financiële instellingen, telecommunicatie, automobiel- en nutsbedrijven. Het zijn sectoren die veel minder hard groeien en als gevolg daarvan lager gewaardeerd zijn. Vooral de automobielsector en de financiële instellingen vormen een molensteen om de nek van de Europese indices. Met grote technologiefondsen is de Europese aandelenmarkt niet dik gezaaid. Dat vooral techfondsen uit de Verenigde Staten en ook China zo groot zijn geworden heeft alles te maken met de aanwezigheid van een gigantische thuismarkt. Wanneer je groot bent in de Verenigde Staten of China ben je wereldwijd meteen direct een grote speler. Dat is de kracht van de grote getallen. Het is voor een bedrijf uit het verdeelde Europa veel minder eenvoudig om heel hard te groeien omdat je daarvoor al snel grensoverschrijdend bezig moet zijn met alle bijkomende moeilijkheden van dien.

Geglobaliseerde wereld

Maar los van deze verschillen is het de vraag of wereldwijde beleggers zich überhaupt door geografische verschillen moeten laten leiden. Ondanks alle handelsperikelen leven we anno 2019 in een sterk geglobaliseerde. Het gaat om de markten waar het bedrijf actief is en dat is meestal wereldwijd.

Als je belegt is het beter om te spreiden over sectoren in plaats van over landen. Want wat maakt het uit waar een producent van consumentengoederen het hoofdkantoor heeft gevestigd? Niets. Het gaat om de markt zelf en de positie die het bedrijf daarbinnen inneemt.

Omdat een wereldwijd gespreide portefeuille bij voorkeur investeert in alle relevante sectoren komen beleggers vanzelf ook in Europa terecht, al was het maar omdat er in Europa prachtige bedrijven gevestigd zijn actief in sectoren als consumentengoederen, gas- en elektriciteit en telecommunicatie. Een portefeuille die alleen uit snelgroeiende techfondsen bestaat zal niet zo stabiel blijken te zijn. Een voor je eigen beleggingsdoelstellingen goede balans tussen waarde en groei verdient daarom de voorkeur.

www.fintessa.nl

‘De bandoneon is een jaloerse minnares’
Het leven als speeltuin
Focus is nu mijn sleutelwoord
Kunst in huis
De 'Linda' van Spakenburg
‘De eerste zijn die niet sterft’
Mrs. Rolls-Royce