interview

Maartje van de Wetering

Dealen met drang naar perfectionisme

Zichzelf zichtbaar maken wilde Maartje toen ze terugverhuisde van Groningen naar Amsterdam. Dat is haar gelukt, want ze kreeg een rol in Flikken Rotterdam, dirigeerde zichzelf naar de eerste plek van Maestro en staat begin volgend jaar op de planken naast Paul Groot in Sondheims Company.

Soms lijkt het gewoon of dingen zo horen te zijn, vertelt Maartje van de Wetering als ze terugkijkt op haar carrière. Ze kon direct na de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie terecht bij het Noord Nederlands Toneel en schitterde daar in rollen als Alice in Wonderland. Alles wat ze in haar handen kreeg, leek ze om te toveren tot goud, maar schijn bedriegt volgens de Brabantse actrice. ‘Ik heb echt om moeten leren gaan met mijn drang naar perfectie, maar weet dat dit tegelijk ook mijn kracht is.’

Op dit moment repeteer je bij de Toneelgroep Maastricht voor de voorstelling Peachez naar een boek van Ilja Leonard Pfeijffer, maar moet je ook starten met de voorbereidingen voor de musical waar je in februari in gaat spelen.
‘Ja, de dingen lopen nu een beetje door elkaar heen. Vandaag ben ik in Amsterdam voor de voorbereiding van de musical Sing A Long op de Uitmarkt in Amsterdam. Ik ga iedereen ontmoeten met wie ik ga werken. Dat is heel spannend. We moeten in no-time een spetterende show in elkaar zetten, terwijl we elkaar niet kennen en het script nog niet hebben gelezen.’

Foto: Bowie Verschuuren

Neurotisch

Toch weet je wel waar Sondheims Company over gaat.
‘Ja natuurlijk. Paul Groot is de centrale figuur. Hij speelt een vrijgezel die vijftig wordt. Ik speel Amy, zijn neurotische vriendin die op het punt staat te gaan trouwen, maar ‘cold feet’ krijgt. Het lijkt me heel leuk om dat te spelen. Vooral omdat de musical van Sondheim is, die ook de teksten van West Side Story heeft geschreven. Hij heeft een hele karakteristieke eigen stijl. Zijn liedjes stond ik vroeger in de woonkamer na te spelen.’ Ook dirigeerde Maartje tijdens de finale van Maestro Mambo uit West Side Story en lijkt deze musical een rode draad in haar carrière te zijn. ‘Dat was niet helemaal toevallig, want ik mocht toen mijn eigen stuk kiezen en Mambo had ik zo vaak geluisterd dat die keuze voor de hand lag.’

Als winnaar van het televisieprogramma Maestro, actrice op TV en op het toneel is het natuurlijk de vraag waar het meest je hart ligt.
‘Juist de afwisseling is leuk. Zo heb ik voor de zomer het vierde seizoen van Flikken Rotterdam opgenomen en maak ik nu een theatervoorstelling voor de kleine zaal in Maastricht. Elk project heeft iets, maar als je echt een pistool op mijn hoofd zet en me dwingt te kiezen, zeg ik het theater. Je vertelt tijdens zo’n avond een verhaal van het begin tot het einde en voelt de reactie van het publiek. Die wisselwerking met de zaal is heel prettig.’

Spannend

Je krijgt eigenlijk alleen maar positieve kritieken op je optredens. Gaat alles echt zo gemakkelijk?
‘Het is niet één grote stijgende lijn. Elk nieuw project is spannend en dat je al twaalf jaar in het theater staat is niet de garantie dat je bij een auditie een rol krijgt. Zo appte mijn moeder me net nog dat ze een interview had gelezen over Halina Reijn. Dat ook zij onzeker is. Ik ben zelfs in therapie geweest voor mijn drang naar perfectionisme, maar weet nu dat mijn zwakte ook mijn kracht is. Als het niet meteen lukt met de tekst, moet ik beter mijn best doen van mezelf, want de schrijver heeft er ook moeite voor gedaan alles op papier te zetten. Ook als het gaat om op tijd komen en serieus zijn, leg ik de lat voor mezelf hoog.’

Hoe heb je geleerd met die onzekerheid om te gaan?
‘Ik weet inmiddels dat ik fouten mag maken als ik aan het repeteren ben. Dat ik linksaf moet durven gaan als ik rechtsaf moet. Repeteren mag een zoektocht zijn en een repetitieruimte is een veilige plek waar je fouten mag maken.’

Dat Maartje op dit moment in Maastricht werkt met allemaal nieuwe mensen is voor haar dan ook geen probleem. Of helpt het dat ze zelf uit het zuiden komt?
‘Grappig dat je dat vraagt, want eigenlijk voelt het inderdaad een beetje als thuiskomen. We hadden het er deze week nog over, want mijn tegenspeler Porgy Franssen komt inderdaad uit Brabant en de regisseur Michel Sluysmans komt uit Maastricht. Misschien is het onze katholieke inslag die zorgt voor een soort rare herkenning. Het voelt in ieder geval heel vertrouwd. Ik woon nu alweer vijf jaar in Amsterdam en heb daarvoor vier jaar in Groningen gewoond. Het is raar dat dat Brabantse er dus nog steeds is.’

Flikken Rotterdam

Heb je er daarom ook voor gekozen uit Groningen weg te gaan?
‘Ik had altijd het idee dat Amsterdam het culturele epicentrum is. Dat is ook wel een beetje zo. Groningen is erg ver weg en ik was bang dat de mensen mij zouden vergeten. Toch was de stap om daar weg te gaan en als freelancer in Amsterdam te gaan werken erg groot. Doordat ik toen meteen een rol in Flikken Rotterdam aangeboden kreeg, was dat een geschenk uit de hemel. Soms moeten de dingen zo zijn.’

Is er nog tijd voor de liefde?
‘Ik heb nu bijna twee jaar een relatie met de Spanjaard José Sogorb Jover. Hij is hoornist bij het Koninklijk Concertgebouworkest. We hebben elkaar ontmoet toen ik een familieconcert deed met het Koninklijk Concertgebouworkest. Wel prettig dat hij geen acteur is, dan kan ik ontspannen naar zijn optredens kijken, maar fijn dat hij ook artiest is en mij dus snapt. Wel werken we allebei onregelmatig en moeten we soms echt de agenda’s naast elkaar leggen om tijd samen te plannen.’

Foto: Michel Schnater

 

‘De bandoneon is een jaloerse minnares’
Het leven als speeltuin
Focus is nu mijn sleutelwoord
Kunst in huis
De 'Linda' van Spakenburg
‘De eerste zijn die niet sterft’
Mrs. Rolls-Royce
Dealen met drang naar perfectionisme