Interview

Carel Kraayenhof

‘De bandoneon is een jaloerse minnares’

Bandoneonspeler Carel Kraayenhof – bekend van de beroemde traan van Máxima – toert dit najaar door het land met de muziektheatervoorstelling Lost Tango. Een mooie aanleiding om hem op te zoeken in zijn woonhuis in de Beemster, waar hij de Argentijnse tango tot leven brengt in een oer-Hollandse wei vol schapen.

De routebeschrijving naar het huis van Carel Kraayenhof luidt als volgt: ‘Loop door het groene hek, helemaal om het huis heen, totdat je achterin de tuin een groen gebouwtje ziet. Hierin zit Carel te werken.’ En inderdaad, al van een afstandje klinken er uit het tuinhuisje melancholische klanken. De bandoneonspeler gaat helemaal op in de muziek. Kat Beer – zijn ‘trouwste fan’ – zit naast hem op een stoel. ‘Koffie?’ vraagt hij dan. Zelf drinkt hij maté, een Argentijnse volksdrank. Uit een kalebas met een zilveren rietje, zoals je deze verkwikkende kruidenthee hoort te drinken. ‘Na 22 jaar in Amsterdam-West te hebben gewoond geniet ik van de rust op deze plek.’

Papa Tango

Voor zijn rol in Lost Tango (zie kader) moest hij om ouder te lijken een baardje laten staan. ‘Ik speel Papa Tango, een bandoneonist die al tientallen jaren een orkest leidt op de Esperanza. Ooit een glamoreus cruiseschip, nu vergane glorie’, vertelt hij. ‘Ik heb drie dochters. De oudste, Anna (Dagmar Slagmolen), is weggegaan. Clara (Meral Polat), de middelste, zingt in het orkest en verzorgt haar vader –  ik heb een attack gehad en zit in een rolstoel. Spelen kan ik nog wel, maar ik zit vastgeroest in oude tradities. Toeristen blijven weg, ze willen snellere muziek. Blanca (Rosa Arnold), de jongste, speelt briljant viool, maar is een beetje gek. Ondertussen is Anna, die zich in de snelle zakenwereld begeeft, stiekem bezig het schip te verkopen en het orkest op te heffen. Ze wil mij en haar gekke zusje in een tehuis stoppen.’

Oeuvreprijs

Of hij zich moest inleven in zijn rol? ‘Welnee. Ik herken mijzelf er erg in.’ Met pijn in het hart moest hij vorig jaar zijn tangosextet opheffen. Datzelfde jaar won hij een Edison Oeuvreprijs. Met zijn Sexteto Canyengue zwierf hij de hele wereld over en werkte met tangogrootheden als Astor Piazzolla en Osvaldo Pugliese. Ook toerde hij door de Verenigde Staten en Europa met een grote tangoshow, inclusief vijf Argentijnse dansparen. ‘Helaas was het financieel niet vol te houden. De tango is een niche. Dat geldt voor alle vormen van wereldmuziek zoals fado, flamenco, blues en salsa. Het is vreselijk moeilijk ervan te leven.’ Dat neemt niet weg dat hij overal ter wereld fans heeft. ‘De bandoneon vertelt het verhaal van het leven en dat laat mensen niet onberoerd. In tangoteksten wordt er over het instrument gesproken als een mens, een kameraad die je steunt.’

Lijflied van Máxima

Wanneer Kraayenhof eenmaal begint te vertellen over zijn passie, raakt hij niet uitgepraat. Aan de bandoneon kleven allerlei verhalen, vaak tragisch en ontroerend. Zo nu en dan pakt hij zijn instrument en begint te spelen. Eenvoudige Duitse mijnwerkersliedjes, Argentijnse volksmuziek. Maar ook Fields of Gold van Sting en het inmiddels befaamde Adiós Nonino (Vaarwel Vader), het lied dat Astor Piazzolla in 1959 schreef nadat zijn vader was overleden. Tijdens een prachtige vertolking in de Nieuwe Kerk tijdens het huwelijk van koning Willem-Alexander en Máxima zagen meer dan 55 miljoen mensen wereldwijd de ‘traan van Máxima’. Voor de koningin is het een tango vol heimwee. ‘Telkens als iemand in de familie voor lange tijd wegging, zoals toen haar vader naar China vertrok, werd dit lied gedraaid bij het afscheid.’

Op slag verliefd

Kraayenhof betreurt het dat hij pas op zesentwintigjarige leeftijd een bandoneon in handen kreeg. Vanaf zijn achtste jaar volgde hij pianolessen. ‘Toen ik filosofie ging studeren in Amsterdam, paste er geen piano in mijn piepkleine flatje. Mijn broer, in de ban van Ierse folk, adviseerde me een trekharmonica te kopen. Later kocht ik een concertina. We traden op in kleine theaters, op straat en in Groot-Brittannië met een bevriende gitarist.’ Toch verlangde hij als pianist naar een groter bereik en meer harmonische mogelijkheden. Op een dag ontdekte hij een lp van de Argentijnse bandoneonspeler Juan José Mosalini. De klanken van het instrument troffen hem als een bliksemschicht. ‘Ik had het gevoel dat ik op zijn minst naar twee muzikanten luisterde, die in vrijheid konden opereren.’

Onbereikbare liefde

Zonder enige twijfel wist hij toen dat hij als bandoneonist verder wilde. Er was alleen één probleem: hij kon geen bandoneon vinden. ‘Dat heeft mijn passie alleen maar aangewakkerd. Het werd een onbereikbaar liefde. Ik struinde alle rommelmarkten af en kocht toen maar een instrument met minder knopjes.’ Op een voorjaarsdag in 1984 speelde hij in het Vondelpark op zijn trekharmonica, toen er een man bleef staan luisteren. Een joodse Argentijn uit Buenos Aires, gevlucht naar Amsterdam voor de dictatuur, zo bleek. ‘Hij was onder de indruk van mijn spel en voeg: ken je ook de bandoneon, onze hart en ziel? Natuurlijk! Daar was ik al vier jaar naar op zoek. Via een beroemd Argentijns tangosextet slaagde deze man erin om een bandoneon voor mij naar Nederland te halen, samen met een stapel tango-lp’s.’

Monnikenwerk

Kraayenhof trok zich terug in zijn kamer aan de Kinkerstraat, als een monnik in een klooster. Dag en nacht zat hij te spelen, draaide de lp’s grijs en transcribeerde de muziek noot voor noot. Ook stortte hij zich op het leren van de Spaanse taal. Twee jaar later was zijn held Astor Piazzolla, de componist van het huwelijkslied, voor een optreden in Amsterdam. Omdat diens bandoneon kapot was, werd Kraayenhof naar zijn hotel geroepen om zijn instrument uit te lenen. ‘Toen ik arriveerde, was het probleem inmiddels opgelost’, blikt hij terug. ‘Maar Piazzolla zei: speel eens wat voor me, jongen. Vervolgens was hij verbijsterd dat ik zo’n mooie bandoneon had en een bijna vergeten arrangement speelde. Daarop nodigde hij me persoonlijk uit om als bandoneonsolist op te treden in New York, in de tangomusical Tango Apasionado.’

Uit de taxi gezet

Piazzolla vernieuwde de tango door er jazzinvloeden in te brengen. ‘Vermoord, vinden de Argentijnen. Toen ik in Buenos Aires terecht kwam was de tango al op zijn retour, maar luisterden alle taxichauffeurs er dag en nacht naar op de radio. Kwam ik aan met mijn bandoneonkoffertje, dan namen ze me gratis mee. Dat was voor hen een eer. Maar als ik zei dat ik fan was van Piazzolla, dan werd ik eruit gezet!’ Het was Piazzolla die de bandoneon een ‘jaloerse minnares’ noemde. ‘Een dag geen aandacht en ze je laat je vallen op het podium. Op de bandoneon kun je jezelf begeleiden, fantastisch. Maar om die motoriek te ontwikkelen, moet je jezelf als het ware in vieren delen. Een simpele toonladder is al vreselijk moeilijk, je studeert je het leplazarus. Ja, je moet bezeten zijn van dit instrument, anders wordt het nooit iets.’

www.carelkraayenhof.nl

‘De bandoneon is een jaloerse minnares’
Het leven als speeltuin
Focus is nu mijn sleutelwoord
Kunst in huis
De 'Linda' van Spakenburg
‘De eerste zijn die niet sterft’
Mrs. Rolls-Royce
Dealen met drang naar perfectionisme