Interview

Herman van Veen 50 jaar in het vak

‘De eerste zijn die niet sterft’

Hij is net zeventig. En opeens stromen de brieven binnen. Om hem te bedanken voor wat hij heeft betekend. Heel prettig, maar ook verrassend noemt hij het, want Herman van Veen staat nog volop in de schijnwerpers. Hij heeft net de nieuwe cd Kersvers uitgebracht, is gestart met een carrière als schilder en staat nog tot november dit jaar op de planken met een nieuwe theatertournee. Voor uitverkochte zalen.

Een ijzeren hek, daarachter een enorm lange oprijlaan, een parkeerplaatsje dat verscholen ligt tussen het groen en een bospad dat zich naar een witte villa toe slingert. Het bedrijf Harlekijn Holland van Herman van Veen ligt op het - naar zijn zeggen - laatste stukje ongerepte natuur in het midden van het land. Landgoed de Paltz is het domein van vogels die huizen in hoge bomen. Zelfs binnen in de vertrekken met grote ramen is hun vrolijke gekwetter te horen.

De rust van de natuur brengt balans in zijn hectische leven dat al vijftig jaar een aaneenschakeling is van optredens over de hele wereld.  Zijn muziek is bekend in Zuid-Afrika, Duitsland, Frankrijk en Amerika en hij gebruikt zijn vrije tijd om te schilderen en te strijden voor de rechten van het kind. En nog steeds heeft hij de energie om zich van het ene in het andere project te storten. ‘Zolang het maar niet op werk gaat lijken, want dan haak ik af.’ En dat is precies wat hem als woordkunstenaar en muzikant uniek maakt.  

Al op twintigjarige leeftijd richtte u Harlekijn Holland op.
‘Ik wil niet afhankelijk zijn van partijen die invloed hebben op de inhoud van mijn werk. Mijn vader was de zoon van een grootgrutter. Een ondernemer. Al heel jong heb ik geleerd mijn vrijheid te borgen. Mijn ouders kwamen uit de Apocalyps. De oorlog heeft ze gevormd. Ze zijn over de brokstukken heengestapt en hebben hun mouwen opgestroopt om iets nieuws op te bouwen. Dankzij hun generatie leven we al zeventig jaar in vrijheid. Zij wilden mij geven wat zij niet hadden gehad. Zo werkte mijn vader extra uren om mijn vioollessen te betalen.’

Zijn moeder kocht speciaal voor zijn toelating tot het conservatorium een grijze pantalon bij C&A. Over die bijzondere jeugd schrijft hij heel beeldend in zijn boeken ‘Voor ik het vergeet’ en in het recent verschenen ‘Herinnerde dagen.’ Zijn verhalen smeedt hij aaneen met brieven en liedteksten.

Daarin vertelt u ook over uw ontmoeting met Jacques Brel.
‘Die man is een kathedraal. De wijze waarop hij met taal omgaat, is indrukwekkend. Ik deed een keer auditie voor hem en zag alleen een silhouet. Toch verloor ik de controle over mijn hele systeem. Ik had mijn knieën niet meer in de hand. Dat gevoel overvalt me ook nu nog als de omstandigheden te groot voor me zijn. Vaak meerdere keren per week. Dan heb ik trillende handen of ik krijg een brok in mijn keel. Laatst nog toen ik tijdens het zingen merkte dat het applaus zo anders klonk. Bleek iedereen te staan… Dan ben ik de controle even kwijt, maar het komt altijd goed. Ik zou niet anders willen. Je wilt toch ook het blozen niet in de hand hebben?’

Als Gaëtane Bouchez thee brengt, onderbreekt Herman het gesprek meteen.
‘Kijk, mijn vrouw komt binnen.’ Zij was de danseres die hij tijdens een voorstelling in België ontmoette 25 jaar geleden en is nu nog steeds aan zijn zijde. ‘Dat zal je maar tegenkomen in je leven.’ Zijn ogen dwalen af. Het is bijzonder te zien hoe hij intens van een moment kan genieten. Ook als zijn dochters Babette en Anne samen voor hem zingen. ‘Dat raakt je tot in het diepst van je ziel. Het is zo aandoenlijk. Alles komt daarin samen. Je ouders, kinderen … een theemuts vol nabijheid.’ Ze toeren nu allebei met een eigen programma door Nederland en zijn zoons werken bij hem in het bedrijf.

Jonge mensen spelen sowieso een belangrijke rol in uw leven.
‘Als ik met mijn band op het toneel sta, steek ik er qua leeftijd met kop en schouders bovenuit. Edith, die me nu al dertig jaar begeleidt, is vijftig, Jannemien in de dertig en vijf zijn er begin twintig. Toch zijn het allemaal maten. Er is evenwicht. In leeftijd en geslacht. Van de tien zijn er vijf man en vijf vrouw. Wat mij in jonge mensen trekt, is hun dynamiek, interesse, nieuwsgierigheid en energie. En ja, ik ben nu een leermeester.’

‘Waar ik me vroeger optrok aan grote voorbeelden als Wim Kan, Willem Wilmink, Toon Hermans en Ramses Shaffy, merk ik nu dat ik eenzelfde voorbeeld voor anderen ben. Dat is eervol en veilig. Het gaat toch over een ambacht dat je deelt met elkaar. Ik leer net zoveel van de jonge mensen als zij van mij. Wat ik opmerkelijk vind: zou ik nu toelatingsexamen doen bij het conservatorium met de kwaliteiten die ik toen had, weet ik zeker dat ik niet toegelaten zou worden. Zo zijn die niveaus verbeterd. Wat je nu moet kunnen spelen op het toelatingsexamen daar deden wij eindexamen in.’

Er is dus veel veranderd in die vijftig jaar?
‘Ja, maar dat is niet erg. Onze hele soort blijft evolueren. Niemand kan voorspellen waartoe wij over vijfhonderd jaar in staat zijn. Zelf denk ik dat kunst de plaats van religie gaat overnemen. Door het begrepene met het onbegrepene te verbinden. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de betekenis van klank in de medische wetenschap dan is het denkbaar dat je een tumor kunt beïnvloeden, want die heeft ook een frequentie. Wij staan bij de oorsprong daarvan. Ik zal het niet meer meemaken. Alhoewel ik natuurlijk hoop dat ik de eerste mens ben die nooit sterft. Van binnen voel ik me nog steeds een jongen van een jaar of zestien.’

Maar toch bent u op een leeftijd gekomen dat anderen u bedanken. ‘Ja, kennelijk is zeventig een markante leeftijd. Mensen vertellen je dingen voor het geval daar straks geen tijd meer voor is. Ik krijg brieven van over de hele wereld. Die bewaar ik. Daarvoor heb ik thuis een kast waarin ik alles van vijftig jaar heb verzameld. Wat is er mooier dan een handgeschreven brief? Er gaan er bij mij elke dag nog twee tot drie de deur uit.’ 

 


 

Herman van Veen
schrijft, zingt en schildert en is samen met Laurens van Rooijen oprichter van Harlekijn Holland, een vennootschap die onder andere tot doel heeft theatervoorstellingen, tv- en filmproducties te produceren en artiesten op te leiden en te coachen. Het bedrijf is gevestigd op Landgoed Paltz, waar elke week minstens twee voorstellingen te zien zijn voor kinderen en volwassenen.  Daarvoor hebben stoelhouders een plek gekocht die ze bij afwezigheid beschikbaar stellen aan mensen die geen entree kunnen betalen. In de villa is ook een permanente expositie ingericht van zijn werk als schilder. Herman van Veen is al vanaf zijn achttiende actief voor Unicef en nog tot november in verschillende theaters in Nederland te zien. Tijdens de voorstelling zingt hij onder andere nummers als ‘Iemand,’ ‘Voor ik het vergeet’ en ‘Spiksplinter’ van zijn laatste cd Kersvers die vernieuwend en eigentijds wordt genoemd. Kijk voor speellijsten en meer informatie op www.harlekijn-holland.com.