column

Beleggen - Martine Hafkamp

Mind the gap

‘Amerika is duur’ is een veelgehoorde kreet op de beurs. Ieder jaar rollen analisten weer over elkaar heen om te benadrukken dat beleggers er verstandig aan doen hun aandacht meer op Europese aandelen te richten en hun belangen in Amerikaanse aandelen af te bouwen. Amerikaanse aandelen zouden namelijk duur zijn, aanmerkelijk duurder dan aandelen uit ons eigen werelddeel. Analisten die dat met grote stelligheid beweerden zaten er vorig jaar echter (wederom) naast, en niet zo’n beetje ook.

Amerikaanse aandelen zijn inderdaad duurder dan Europese, maar dat is altijd al zo geweest. Het verschil is overigens niet zo groot als men zou vermoeden. Zo betalen beleggers in de Verenigde Staten 17,1 keer de verwachte winst voor het lopende jaar. Beleggers in Europa betalen 15,4 keer de verwachte winst. Dat verschil kan niet verklaard kan worden door het verschil in economische groei, want, hoewel vaak wordt beweerd dat de Amerikaanse economie harder groeit, is dat niet zo. In 2016 groeiden beide zones met 1,6 procent. Er kan daarom hooguit gesteld worden dat Amerikanen hun groei wat beter ‘verkopen’, ook door het anders weer te geven. In Nederland groeit de economie overigens sneller dan in de Verenigde Staten, waarvan akte.

Het verschil heeft tegenwoordig eerder te maken met de onzekerheid die er onder beleggers heerst over de toekomst van de gemeenschappelijke munt van de Eurozone. Onder een groeiend deel van de bevolking worden de voordelen van de euro immers ernstig in twijfel getrokken. Referenda en verkiezingen zetten de munt steeds verder onder druk. Wanneer in grote eurolanden als Italië en Frankrijk regeringen aan de macht zouden komen, en die kans is niet ondenkbeeldig, die het voortbestaan van de euro afwijzen, brokkelt het vertrouwen in de hele Eurozone verder af. De Brexit van afgelopen zomer heeft datzelfde vertrouwen zeker geen goed gedaan. Het is in ieder geval een belangrijke verklaring voor de mindere prestaties van Europese aandelenbeurzen vorig jaar.

Maar er is nog een reden die vaak over het hoofd wordt gezien. De Verenigde Staten beschikken immers over een enorm ruime en vooral zeer diepe kapitaalmarkt waar beleggers uit de hele wereld graag een deel van hun geld stallen. Er is een enorme keuze, er is veel handel en liquiditeit en erg belangrijk, er is een betrouwbaar juridisch systeem waar men als belegger zijn recht kan halen mocht er ergens iets misgaan. En vooral dat laatste laat in een groot deel van de wereld, zelfs in Nederland, nogal eens te wensen over. Bij een faillissement ben je als belegger ook in Nederland meestal je geld gewoon kwijt. In de Verenigde Staten daarentegen blijft er, na veel juridisch getouwtrek weliswaar, vrijwel altijd nog wat over voor gedupeerde beleggers. 

En tot slot nog dit; de dollar is niet alleen de munt van de Verenigde Staten, maar ook nog steeds van de wereld. Omvang, liquiditeit en recht, het is niet onbelangrijk. Sterker nog, ze geven de Amerikaanse beurzen een enorme voorsprong op de rest van de wereld. Mind the gap.  

www.fintessa.nl