Lourens J.C. is een eigentijdse bladformule over mode & wonen. Door de exclusieve uitstraling is het glossy tijdschrift een perfect advertentiemedium voor winkels en bedrijven die zich willen onderscheiden. Verder »
Blijf op de hoogte van shoppingtrends en onze luxe sfeerevents. Vul onderstaand formulier in en ontvang geregeld onze digitale nieuwsbrief. Verder »
De meeste mensen kennen Jeroen Krabbé als bekend acteur en regisseur. Zelf voelt hij zich vooral schilder. Dit najaar presenteert museum de Fundatie in Zwolle de tentoonstelling ‘De ondergang van Abraham Reiss.’ Een serie schilderijen waarin Jeroen Krabbé het leven en de dood van zijn grootvader heeft vastgelegd.
Als telg uit een schildersgeslacht ging hij eerst naar de Rietveldacademie, hoewel hij eigenlijk liever acteur wilde worden. Na een toelatingsexamen voor de toneelschool mocht hij bij hoge uitzondering op zijn zeventiende met de opleiding beginnen. Hij speelde in toneelstukken, televisieseries en films. De grote doorbraak kwam met zijn rol in Soldaat van Oranje (1977).
Waanzinnig
Jeroen Krabbé was in één klap bekend, maar realiseerde zich dat hij het schilderen en tekenen miste. Op zijn 29-ste begon hij met de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Overdag naar school, ’s avonds op het toneel. Ondanks zijn hectische schema wist hij af te studeren en sinds die tijd vermengt hij de wereld van film en toneel met zijn kunst. Zijn eerste Nederlandse expositie was in 2008 bij museum De Fundatie in Zwolle. De reacties op de kleurige landschapsschilderijen waren gemengd. Het publiek was overwegend positief, sommige critici verweten Jeroen weinig vernieuwend of avontuurlijk te zijn. Zijn zoons noemden deze stijl van hun vader enthousiast en naïef, zoals zij hem kennen. Zelf had hij vooral de intentie schoonheid en blijdschap vast te leggen.
Met De Ondergang van Abraham Reiss laat Jeroen een andere kant van zichzelf zien. De serie is een weergave van de bewogen geschiedenis van zijn Joodse grootvader van moederskant. De moeder van Jeroen kende een zorgeloze jeugd, want haar vader had zich opgewerkt als diamantair en verdiende voor die tijd ontzettend veel geld. Met de beurskrach van 1929 verloor hij alles. Zijn dochters Margreet en Els moesten aan het werk om het gezin te onderhouden en zo wisten ze zich te redden, tot de oorlog kwam. Abraham Reiss stamde uit een Joodse familie, maar deed zelf weinig aan het geloof. Toch ontkwam ook de familie Reiss niet aan de Jodenster. Els dook onder en Jeroens moeder Margreet was met een niet-Jood getrouwd, waardoor ze betrekkelijk veilig was. Hun moeder stierf op de dag dat in de krant bekend werd gemaakt dat Joden een ster moesten dragen. Vader Reiss werd in 1943 bij een grote razzia in Amsterdam-Zuid opgepakt en gedeporteerd naar Westerbork. Daar ontmoette hij zijn dochter Els, die als onderduikster was verraden en al enige tijd in Westerbork verbleef. Vrij snel werd Abraham Reiss per trein naar Sobibor vervoerd, waar hij zijn einde vond in de gaskamers. Jeroens moeder was de enige van het gezin die de oorlog overleefde. Els stierf in de winter van 1945. 
Klaagmuur
Alles wat Margreet restte van haar familie, waren foto’s en brieven. Jeroen kreeg ze na het overlijden van zijn moeder in zijn bezit. Hij kende de familiegeschiedenis, het maakte altijd deel uit van zijn leven. Toch groeide het verlangen om het verhaal van zijn grootvader vast te leggen pas toen hij dit zelf werd. ‘Ik heb mijn grootvaders nooit gekend. Op het moment dat ik zelf grootvader werd, realiseerde ik me welke speciale rol je dan hebt.' Zijn moeder had als gewoonte om haar kleinkinderen op hun tiende verjaardag mee te nemen naar een stad. Jeroen en zijn vrouw besloten de traditie voort te zetten toen hun oudste kleinzoon tien werd. ‘Tot onze grote verbazing koos hij voor Jeruzalem. Hij had via een vriendje de kinderbijbel gelezen en was geïnteresseerd geraakt.’ Jeroen voelt zich niet Joods – zijn familie deed voor de oorlog al niets meer aan het geloof - maar het bezoek met zijn kleinzoon aan Jeruzalem deed hem toch wat. ‘We gingen samen naar de Klaagmuur. Allebei met een keppeltje op. Een heel bijzonder moment.’
De angsten over en beelden van het lot van zijn grootvader draagt hij al zijn leven lang met zich mee. ‘Het was altijd bij me, maar ik wist niet goed wat ik er mee moest doen. Ik vertelde aan Ralph Keuning, directeur van museum De Fundatie, dat ik rondliep met het idee voor een serie die ik de ‘Dark Series’ noemde. Ralph stimulerende me om er mee aan de slag te gaan.’ Jeroen begon in januari 2010 en werkte als in een koortsdroom drie maanden lang door. De ondergang van Abraham Reiss is een serie van negen schilderijen. Jeroen had er acht klaar en besloot toen dat er nog een eerste schilderij moest komen. ‘Het verhaal moest een begin hebben, als een soort ‘er was eens…’,’ verklaart hij. Het is een schilderij van zijn grootvader in een berkenbos, begin van de twintigste eeuw. ‘De berk is een weerkerend thema. Ik kreeg het idee toen ik onderweg naar mijn huis in Dalfsen berken langs de kant zag staan en me realiseerde dat berken ogen hebben. Eigenlijk zijn het nare bomen. Ze zijn getuige van alles, in die zin zijn ze schuldig.’
Abraham Reiss is op alle schilderijen in houtskool getekend. ‘Als een geest, die terugkeert naar wat ooit is geweest’, zegt Jeroen. Het tweede doek is de laatste zorgeloze vakantie van het gezin, op het strand van Oostende voor de beurskrach van oktober 1929. De schaduw van Abraham vermengt zich met de zee. ‘Als een voorbode van wat hem te wachten stond.’ Doek drie is gebaseerd op de laatste gezinsfoto. Vier mensen die opgewekt proberen te kijken, maar niet kunnen verhullen dat ze gespannen zijn en bang voor wat de toekomst brengen zal. De laatste schilderijen, het vertrek naar Westerbork, de reis naar Sobibor, de aankomst en het einde, berusten op brieven van Els, het boek Sobibor van Jules Schelvis, en op herinneringen van Mirjam Blits, een tante van Jeroen die een boek schreef over hoe ze concentratiekampen overleefde. Jeroen had geen houvast meer aan foto’s, maar maakte gebruik van zijn ervaring als acteur. ‘Ik probeerde me voor te stellen hoe Abraham zich had gevoeld: drie dagen opeengepakt in een trein en niet weten wat de bestemming is. Aangekomen zie je opeens het felle zonlicht, je belandt in een keurig aangeharkte hel, met Duitse muziek, honden, geweld. Je moet al je kleren uitgooien, net als de anderen. Bij elke fase ben ik in zijn huid gekropen.’ De houding van de naakte man is er een van volledige overgave. Had iemand in die tijd niet geprobeerd zich te bedekken? ‘Natuurlijk, daar heb ik over nagedacht. Maar als je weet dat het einde onontkoombaar is, rest alleen de overgave. Dat heb ik geprobeerd uit te beelden.’ Op het laatste schilderij is zijn grootvader niet meer aanwezig. Het laat de gaskamers zien, de berken, de weg er naar toe. Gruwelijk detail is een koppel ganzen, ook al te zien op het voorgaande schilderij. ‘Die ganzen werden daar gehouden omdat hun gegak het geluid van de stervenden overstemde. Daarom heb ik ze rood gemaakt. Ze zijn schuldig, net als het gras en de bomen en alles wat hiervan getuige was.'
Heftig
'Ik had er nooit een film over kunnen maken. Dit gaat om mijn emoties, tussen mij en het schilderdoek zit niets. Toen de schilderijen net klaar waren, was ik onzeker. Maar ik heb een kritische omgeving, mijn vrouw en zoons sparen me niet. Zij waren onder de indruk. Het zal heftig zijn om de schilderijen bij elkaar in één ruimte te zien en de reacties erop te horen.’ Is hij bang voor kritiek? ‘Nee, juist omdat dit dicht bij mezelf ligt. Ik kan alleen maar hopen dat de mensen die komen kijken er door geraakt worden.’
De ondergang van Abraham Reiss: 5 september t/m 5 december 2010
Museum De Fundatie in Paleis a/d Blijmarkt | Zwolle
www.museumdefundatie.nl